Een tweede familie
Tegenwoordig bouw ik systemen. AI-medewerkers vooral, agents die werk uit handen nemen, draaiend op een eigen stack die ik van onder tot boven zelf in elkaar heb gezet, tot aan de laptop in de meterkast aan toe. Dingen die je niet kunt aanraken. Maar er was een tijd dat mijn werk juist het tegenovergestelde was. Toen maakte ik plekken. Fysieke ruimtes waar mensen binnenliepen, koffie haalden, elkaar tegenkwamen en bleven hangen. Coworking spaces, creatieve hubs. Ik vond het heerlijk om te doen.
Dit is een terugblik. Op mooie jaren, en op een periode waarin alles wat ik aan het bouwen was ineens verboden werd.
Het begin
In 2018 besloot ik mijn droom te volgen en een creatieve hub te beginnen. Ik had geen ruimte, geen plan op papier, alleen het idee dat er iets miste: een plek waar creatieve ondernemers niet alleen een bureau huurden, maar ergens bij hoorden.
Toen kwam ik Jan tegen. Hij gaf me de kans om samen met hem en een groep vrijwilligers tweeduizend vierkante meter leegstand om te bouwen tot iets levends. Binnen een jaar hadden we meer dan veertig leden. Allemaal creatieve ondernemers, allemaal met hun eigen ding, allemaal onder één dak.
We organiseerden wekelijks van alles. Vergaderingen, netwerkavonden, culturele activiteiten. Mijn rol was breed en dat vond ik juist het mooie eraan: ik verbouwde de ruimte, deed de marketing en de verkoop, gaf rondleidingen, organiseerde de evenementen, bracht mensen bij elkaar en hielp ze vooruit met hun werk. Geen twee dagen waren hetzelfde.
Voor veel mensen werd het een tweede thuis. Er ontstond een soort familie. En het bleef niet binnen de muren: de energie sloeg over op de buurt. Ondernemers en buurtbewoners liepen er door elkaar heen. Dat is precies wat zo’n plek hoort te doen.
En toen, aan het einde, kwam corona.
Bedenk wat dat betekent voor iemand die zijn werk maakt van mensen samenbrengen. De hele propositie was samen. Samen werken, samen koffie, samen een evenement. Van de ene op de andere dag was dat precies het ding dat niet meer mocht. Een coworking space in een lockdown is een contradictie. Lege bureaus, stille gangen, een gemeenschap die je alleen nog door een scherm zag. Daar liep dit eerste avontuur stuk.
Opnieuw beginnen
Toen de maatregelen eenmaal voorbij waren, begon ik opnieuw. Dit keer in Dordrecht. Ik mocht de zolder van een eeuwenoud monument transformeren tot werkplek voor ruim twintig creatieve ondernemers uit de stad en omgeving.
Dat pand had een geschiedenis waar je stil van wordt. Gebouwd in 1530, een van de oudste monumentale woonhuizen van Nederland. Ooit woonhuis en wijnopslag, vernoemd naar een wijnhandelaar die bezoek kreeg van Willem van Oranje. Door de eeuwen heen ook nog hoofdkwartier van de schutterij, herberg en school geweest. Het oudste bekende gestucte plafond van Nederland is er gevonden. En daar bouwde ik dan, vijfhonderd jaar later, een broedplaats met thuisgevoel.
Ik liet de gemeenschap groeien met campagnes, evenementen en een hoop netwerken. Het werkte. Weer ontstond er die sfeer waar het me om ging: mensen die elkaar opzochten omdat ze het leuk vonden, niet omdat het moest.
Het laatste hoofdstuk
In maart 2022 bracht ik de Dordtse gemeenschap onder in een ander historisch pand, een voormalige meisjesschool. Bedoeld als tijdelijk onderkomen, in afwachting van plannen met de gemeente voor een grotere, permanente hub. Dat was de hoop: even bivakkeren, dan door naar iets blijvends.
Het liep anders. De ruimte bleek slecht te onderhouden, met lekkages en te weinig plek. De financiële druk werd te groot. Op een gegeven moment moest ik erkennen dat ik het niet langer kon dragen. Ik heb het project overgedragen aan de gemeenschap zelf en ben een stap terug gedaan. Daarna heb ik een jaar freelance in de techniek gewerkt, om op adem te komen en te kijken wat er nu zou komen.
Wat het me heeft gebracht
Het voelde toen als falen. Achteraf zie ik het anders.
Ik heb een paar jaar lang plekken gemaakt waar honderden mensen elkaar hebben ontmoet, hebben samengewerkt, vriendschappen en bedrijven hebben opgebouwd. Dat verdwijnt niet als een pand dichtgaat. Dat zit in de mensen.
En als ik nu aan AI-medewerkers bouw, agents die mensen werk uit handen nemen, herken ik er nog steeds hetzelfde in. Ik bouw graag dingen waar anderen iets aan hebben. Vroeger waren dat plekken vol mensen. Nu zijn het medewerkers die nooit moe worden. De schaal is anders, de stilte is anders, maar de drive is hetzelfde.
En het cirkeltje is rond. Waar ik vroeger voor anderen een tweede thuis bouwde, zit ik inmiddels zelf bij 42workspace. Daar heb ik precies datzelfde teruggevonden: een tweede familie. Het blijkt van twee kanten te werken. Je kunt de plek bouwen, en je kunt er ook gewoon binnenlopen en thuiskomen.
Mooie tijden. Toen, en nu weer.